Zoeken in deze blog

donderdag 17 mei 2012

Vijf grote angsten, Drie strategieën om met angst om te gaan & Dementie


Week 21 van het Project dementie-vriendelijk rusthuis.

Er is niet veel waar ik echt bang voor ben, afgezien van verbranden, vrouw of kinderen verliezen, en Alzheimer.

Slechts één van die angsten had ik ook als jonge kerel, verbranden.

Nu ik ouder wordt denk ik vaak dat oudere mensen allerlei angsten hebben waar jongere mensen nog nooit aan gedacht hebben.

Er is een leer uit oude Boeddhistische traditie die ‘vijf grote angsten’ heet.
·         Angst voor de dood
·         Angst voor ziekte
·         Angst om het verstand te verliezen
·         Angst om brodeloos te worden
·         Angst om voor publiek te spreken

..en that ’s it, 5 die alle angsten samenvatten.

De oude boeddhisten vonden dat deze vijf dezelfde uitwerking hadden op het zenuwsysteem, dat ze tot paniek leiden.
Het maakt niet uit hoe wijs of intelligent je bent, deze angsten zijn universeel, in gans de wereld herkenbaar.

Laten we niet ontkennen dat er ‘1001 angsten’ zijn zoals een van de boeken uit mijn boekenkast heet, en dat is de bedoeling ook niet. Angst is een gewoon, vaak heel gezond, onderdeel van het leven. Zonder angst zouden we niet op tijd gevaar uit de weg gaan, roekeloos handelen en waarschijnlijk niet lang leven.

Het punt is dat deze angsten ook vooral optreden in de tweede helft van het leven. Dat wordt maar voor een gedeelte goedgemaakt door het feit dat we een heleboel oefening hebben tegen de tijd dat we vijftig zijn gepasseerd.

Er zijn grofweg gesproken drie manieren waarop we met angsten omgaan m.n.
  •         Onder ogen zien en er iets aan doen
  •         Ontkenning
  •         Compartimenteren


Ze zijn alle drie o.k. als strategie. 

Voor alledrie geldt - als voor alles - dat 'te' nooit goed is. Te veel of Te weinig en dan draait het vierkant.

Zonder ontkenning zouden we de dingen waar het leven ons mee confronteert soms niet kunnen overleven. Er zijn mensen die zo goed zijn in ontkenning dat ze problemen lijken te negeren. Mensen die daar minder goed in zijn, gebruiken hun zorgen en angsten om hun problemen aan te spreken, soms zelfs te overwinnen.

Daar ergens tussenin zit de ‘open milde aandacht’ die je kan leren in meditatie. Het gaat in meditatie niet om ontspanning, neen, je leert stil te zitten en oplettend te zijn voor alles wat in je opkomt. Dr. Jon Kabat-Zinn (een blanke Amerikaanse medische dokter met een wat vreemde naam) ontdekte de toepassing van milde oplettendheid (mindfullnes) als eerste bij het behandelen van chronische pijn. 
Sogyal Rinpoche en Jon Kabat-Zinn
Pijn is, net zoals angst, uitermate vervelend en onze natuurlijke reactie is er van weg te willen lopen, het op te willen lossen! Deze dokter vroeg zijn patiënten die neiging te weerstaan. Hij vroeg hen daarentegen hun pijn te observeren. Vreemd genoeg maakte dat de pijn dragelijk.

Bij ons doet dokter Edel Maex hetzelfde in de pijnkliniek te Antwerpen. Je kunt er een training volgen om met stress, pijn en angst om te gaan.

Angst en dementie:

Er is bij ouderen angst om dementie te krijgen. 

Wat mij vandaag echter boeit is hoe we deze inzichten over angst kunnen gebruiken bij mensen met dementie.

Het zieke brein van iemand met dementie verliest heel wat mogelijkheden om om te gaan met angsten. En daar komt onze kennis van de vijf grote angsten goed van pas want wij gaan ze
  • Voorkomen door een veilige thuis te creëren, een vrij zorgeloze thuis met positieve uitdagingen of juist veel rust.

En omdat we niet alle angst kunnen voorkomen gaan we dienen als prothese voor de drie manieren van omgaan met angst, wij gaan iemand
  • Helpen, laten zien dat we er samen iets aan kunnen doen,
  • Geruststellen, we kunnen gezond in twijfel trekken dat er iets ergs te gebeuren staat
  • Afleiden. Het deed me plezier in de recente documentaire van Louis Theroux van een diensthoofd te horen ‘wij liegen hier gans de dag tegen de bewoners’. Op onze afdeling is ‘respectvol liegen’ en ‘afleiden’ (vaak met een tas koffie, een snack of een liedje) ook dagelijkse kost.
Voor mijn medewerkers heb ik Louis Theroux op dvd

Louis Theroux - Extreme Love Dementia

Wat mij het meeste boeit bij het omgaan met angst is compartimentalisatie.

Het is het mentale vermogen dat ons in staat stelt op de huidige taak te concentreren, en afleidende gedachten en angsten in het onderbewuste te laten wegzinken. Het proces gebeurt zonder dat we er over nadenken.
We kunnen naar ons werk vertrekken terwijl we weten dat onze zesjarige waterpokken heeft. We denken er wel aan, maar die gedachte weerhoudt ons er niet van ons werk te doen. Het is ons niet aan te zien – we kunnen gewoon met een collega praten zonder dat we plots overspoeld geraken met gedachten aan de waterpokken. De gedachte aan ons zieke kind laat ons aan de andere kant ook niet zover los dat we vergeten de babysitter op te bellen die thuis op hem past. Dat is gewone compertimentalisatie.

Het is in die zin ook niet nodig dat partners en mantelzorgers zich schuldig moeten voelen als ze zich naast de zorgen voor hun partner met dementie heus nog kunnen amuseren terwijl de ander thuis, in dagopvang of in het rusthuis is.
Maar ons vermogen om te compartimentaliseren kan het gewone bereik verlaten en te zwak of te sterk worden als het om grote angsten gaat, of bij een psychische ziekte zoals dementie.

Ik werkte jarenlang op gesloten afdelingen met psychotische cliënten, mensen die soms angstwekkende gedachten hadden en niet dingen zien en denken die er niet zijn, maar wel erg écht zijn voor hen. Een techniek die wij toepasten was containment (indammen, verpakken). Het komt er op neer dat hoe verschrikkelijk het verhaal ook is waarmee de cliënt komt, of hoe overstuur hij ook is, jij naar hem luistert en laat zien, laat merken dat je er in kan komen dat hij dit voelt en meemaakt maar ook laat zien, laat merken, zegt dat het jou niet overstuur maakt. Je bent een soort reddingsboei, of een container waarin hij zijn gevoel kan droppen.

Mensen die te weinig compartimentaliseren moeten zich leren bedwingen. Als gezond iemand kun jij je een tijd opleggen waarin je niet aan je probleem denkt waarna je dat wel weer mag – of je een dikke kluisdeur voorstellen waar jij je probleem even achter wegsluit.

Mensen die te veel compartimentaliseren moeten zich juist meer bewust worden van hun problemen. Het is bijvoorbeeld niet gunstig dat je pas voor het eerst merkt dat het in je relatie niet goed zit als je de scheidingspapieren krijgt, of dat er in je job iets mis is wanneer je op straat gezet wordt.
Het bevalt zulke mensen meestal niet als ze al ‘gewoon’ twee à drie problemen moeten opnoemen. Ze bedenken allerlei excuses, maar als hulpverlener laat ik ze toch doorzetten. Ze staan er soms versteld van dat ook zij problemen hebben.


Ik vertel je vandaag over deze vijf angsten en de drie gewoonten om er mee om te gaan zodat jij ze kunt herkennen bij oudere mensen, en zodat je hen kunt helpen er doorheen te geraken.

Het helpt niet als je zegt dat ze hun zorgen maar moeten vergeten.
Het helpt niet als je zegt dat anderen dezelfde problemen hebben.
Het helpt niet als je zegt dat jij ook zoiets hebt meegemaakt en hen gauw de oplossingen aanreikt die voor jouw geholpen hebben.

Het enige dat helpt is een veilige ruimte (context), omgeving bieden, en

luisteren.

Bij ‘normale’ bejaarden (en hun mantelzorgers) mag je er van uit gaan dat ze zelf hun oplossingen vinden na een lange of korte tijd (luister maar gewoon en toon begrip ‘hoe erg is dat voor u, u bent angstig hé’)

Mensen met dementie kun je helpen met de strategieën die midden in de tekst staan.

Vandaag kwam veel van mijn inspiratie uit het nagelnieuwe boek van Lewis Richmond – Ouder worden voor beginners – ISBN 978 90 453 1311 5

Zorgeloze momenten toegewenst door

Clark Kent

Geen opmerkingen:

Een reactie posten